Wat is stotteren?

Om stotteren goed te kunnen begrijpen, geven we eerst wat uitleg over vloeiendheid.

SPREEKVLOEIENDHEID

Mensen die perfect vloeiend spreken bestaan niet. ‘Vloeiend’ praten is sowieso onvloeiend. Ook wanneer je niet stottert.

Starkweather (C.W., 1984) omschreef ‘vloeiend praten’ als:

1. Praten met een normale snelheid.

2. Praten zonder ‘haperingen’ of onvloeiendheden.

3. Praten met een normaal, natuurlijk ritme.

4. Praten zonder overmatige inspanning (fysiek en mentaal).

Iemand die perfect vloeiend praat, zou dus moeiteloos met een behoorlijke snelheid (zo’n 20 à 30 klanken per seconde) en een natuurlijk ritme moeten kunnen praten zonder daarbij ooit te haperen. Dat kan niemand! Ook een vloeiende spreker moet wel eens zoeken naar woorden, aarzelt wel eens even, struikelt wel eens over zijn woorden, corrigeert zichzelf wel eens of zegt ‘euhm…’ wanneer die nadenkt… Zelfs de meest vlotte spreker praat wel eens heel snel of wat langzamer, bijvoorbeeld door vermoeidheid, ziekte of onder invloed van emoties.

Zo’n hapermomenten worden ‘normale onvloeiendheden‘ genoemd. Ze horen evenveel bij de spraak als de woorden en zinnen zelf. Ze zijn nuttig en, al heeft de spreker niet meer het gevoel dat hij ze bewust gebruikt, toch heeft hij ze zelf onder controle. Ze komen het vaakst voor bij (jonge) kinderen en kennen een eigen ontwikkeling. Jonge kinderen laten bijvoorbeeld vaak stille pauzes vallen om na te denken en leren dan al snel dat ze deze beter opvullen (door een omschrijving, ‘eum’, …) om ervoor te zorgen dat een ander het woord niet overneemt.

Wanneer spreken wél inspanning kost en er regelmatig onvloeiendheden optreden, dan gaat het misschien over stotteren. De meeste ouders merken, ook zonder voorkennis over stotteren, dat hun kind onvloeiendheden maakt die niet passen bij een normale spraak- en taalontwikkeling. 

STOTTEREN

Er bestaan verschillende definities van stotteren, afhankelijk van de invalshoek van de onderzoeker. De gemeenschappelijke kern is echter dat stotteren een onvrijwillige verstoring is van de vloeiende opeenvolging van spraakklanken.

Bij stotteren maakt een spreker (kind of volwassene) onbedoelde herhalingen van klanken of lettergrepen, verlengt hij klanken of komt hij vast te zitten (‘blokkeert’). Deze stottermomenten komen het vaakst voor aan het begin van zinnen en op de beginklanken van woorden. 

Stotteren begint bijna altijd op jonge leeftijd, doorgaans vóór de leeftijd van 9 jaar. De meeste kinderen die beginnen te stotteren zijn tussen 3 en 4 jaar oud. Stotteren ontstaat niet zomaar, maar komt door een genetisch bepaalde aanleg of verhoogde vatbaarheid. Daarom komt stotteren soms voor bij meerdere mensen voor binnen een familie.

Stotteren is geen normale fase die elk kind tijdens de spraak- en taalontwikkeling doormaakt. Er bestaat doorgaans een duidelijk onderscheid tussen gewone spraakonvloeiendheden en echte stottermomenten. 

Stotteren begint bijna altijd op jonge leeftijd, doorgaans vóór de leeftijd van 9 jaar. De meeste kinderen die beginnen te stotteren zijn tussen 3 en 4 jaar oud. Stotteren ontstaat niet zomaar, maar komt door een genetisch bepaalde aanleg of verhoogde vatbaarheid. Daarom komt stotteren soms voor binnen een familie.

De ontwikkeling van stotteren wordt beïnvloed door verschillende factoren, ook wel stressoren genoemd. Deze factoren kunnen het stotteren uitlokken of versterken en verklaren waarom stotteren vaak verloopt met periodes waarin het meer of minder aanwezig is.

Stressoren kunnen persoonsgebonden zijn, zoals bijvoorbeeld de spraak- en taalontwikkeling, temperament of vermoeidheid. Ook omgevingsfactoren, zoals luistergedrag van gesprekspartners of de omstandigheden waarin gesprekken plaatsvinden, kunnen een rol spelen. 

Een kind begint meestal geleidelijk te stotteren: aanvankelijk af en toe, later vaker en duidelijker. Minder vaak ontstaat stotteren plots, van de ene dag op de andere. De onderliggende oorzaken blijven echter dezelfde.

Wanneer een kind begint te stotteren, zijn verschillende ontwikkelingsverlopen mogelijk. Sommige kinderen herstellen spontaan, terwijl bij anderen het stotteren verder evolueert. Onderzoek toont wisselende cijfers voor spontaan herstel. Daarom is het belangrijk om zo vroeg mogelijk factoren in kaart te brengen die wijzen op herstel of juist op een verhoogd risico op blijvend stotteren. Een onderzoek bij een gespecialiseerde logopedist is dan ook aangewezen. 

Sommige kinderen reageren emotioneel op hun stotteren. Ze kunnen zich angstig, gefrustreerd of geïrriteerd voelen wanneer spreken moeilijk verloopt. Als gevolg daarvan ontwikkelen ze soms subtiele of meer opvallende bijbewegingen en strategieën om het stotteren te vermijden of te controleren.

Voorbeelden hiervan zijn extra ademhalen vóór het spreken, met de adem duwen om een woord te starten, knipperen met de ogen of andere lichaamsbewegingen tijdens het spreken. Andere kinderen gaan minder praten, vermijden bepaalde woorden of situaties, of geven het spreken tijdelijk op wanneer een stottermoment lang aanhoudt.

Deze bijkomende gedragingen worden secundaire reacties genoemd. Ze geven aan dat het kind het stotteren als onaangenaam ervaart. Dit gebeurt niet altijd bewust en kan ook voorkomen bij jonge kinderen die nog niet expliciet over hun stotteren hebben gesproken.

Het ontstaan van deze secundaire reacties is goed te begrijpen. Tijdens of vlak vóór een stottermoment kan spanning of frustratie ontstaan. Het kind probeert dan iets te doen om het vastlopen te voorkomen of sneller weer verder te kunnen spreken. Wanneer zo’n reactie toevallig lijkt te helpen, wordt ze als het ware beloond. Daardoor neemt de kans toe dat het kind dezelfde strategie opnieuw zal gebruiken, waardoor deze gewoonte zich verder kan ontwikkelen.

Lees ook

Veelgestelde vragen over stotteren (FAQ)

Hoe komt het dat mijn kind stottert?  Kinderen die stotteren hebben een aangeboren aanleg om te stotteren. Dat betekent niet…

Stotteren: tarieven en terugbetaling

Tarieven Wij zijn geconventioneerde logopedisten. De tarieven (honoraria) die worden gehanteerd  zijn dus officieel vastgelegd door het RIZIV (Rijksinstituut voor…

Hoe ga je om met stotteren op school?

Kinderen brengen een groot deel van hun tijd door op school. Daar komen ze vaak in andere spreeksituaties terecht dan…

Stotteronderzoek: wat kun je verwachten?

Onderzoek Je maakt je zorgen om het spreken van je kind en je neemt contact op met een logopedist-stottertherapeut. We…

Praktische informatie over stottertherapie

Praktische organisatie van de therapie De behandeling in onze praktijk gebeurt steeds individueel, op afspraak en bij een vaste therapeut.…

Wist je dit al over stotteren?

vette tekst in leuk, kinderlijk lettertype Hoi! Jij weet vast al heel wat over stotteren. Of misschien nog niet?  Wist…