Stotteronderzoek: wat kun je verwachten?

Onderzoek

Je maakt je zorgen om het spreken van je kind en je neemt contact op met een logopedist-stottertherapeut. We schetsen hieronder hoe een onderzoek naar stotteren doorgaans op onze praktijk verloopt.  

Waaruit bestaat een onderzoek?

In een standaard onderzoek naar mogelijk stotteren maken wij gebruik van diverse methoden. We observeren nauwkeurig, we voeren een uitgebreid gesprek en we hanteren een aantal gestandaardiseerde tests en vragenlijsten.

Daarmee willen we een aantal zaken zo goed mogelijk kunnen inschatten:

  • is er sprake van stotteren? hoe ernstig is het stotteren? (de stotterernst)
  • hoe gaat het kind ermee om? (de spreekattitude)
  • door welke dingen wordt het stotteren beïnvloed? (uitlokkende en instandhoudende factoren)
  • welke invloed heeft het stotteren op het algemeen functioneren? (thuis, op school, …) 

We overlopen de belangrijkste zaken hieronder: 

🡪 Ernst van het stotteren

De stotterernst hangt af van verschillende elementen:

  • Hoe vaak doen zich stottermomenten voor? Dit wordt uitgedrukt in aantal stotters per 100 woorden
  • Welke soort stottermomenten doen zich voor? Gaat het om herhalingen van delen van woorden, om klankverlengingen, om blokkades?
  • Hoe intensief of hoe gespannen zijn deze stottermomenten?
  • Hoe lang duren ze gemiddeld?
  • Is er sprake van reacties van het kind op de stottermomenten? Dat betekent dat wordt geobserveerd of het kind de (beginnende) neiging vertoont zijn stotters onder controle te krijgen door bijvoorbeeld kracht te gebruiken (te ‘duwen’ op zijn stotters), of opnieuw te beginnen, of andere woorden te gebruiken of op te geven wanneer het niet lukt. Of door naar adem te happen, bijbewegingen te maken…

Stotterernst wordt ‘gemeten’ met een testinstrument. Dit gebeurt op basis van een spontaan gesprek (tijdens een spelmoment), aangevuld met lezen, als het kind dit al kan.

🡪 Hoe gaat het kind ermee om?

Hierboven werden al voorbeelden gegeven van manieren waarop het kind dat stottert uiterlijk kan reageren op de spraakmoeilijkheden. Wij willen ook nagaan hoe het kind ‘binnenin’ met zijn spreekproblemen omgaat – wat de spreekattitude is.

Bij jonge kinderen luisteren we hiervoor nauwkeurig naar de ervaringen van de ouders en observeren het kind aandachtig. Toont het kind tekenen van frustratie als het praten niet goed lukt? Geeft het wel eens op? Hebben mama en papa al bijbewegingen opgemerkt? Welke ervaringen heeft de leerkracht? …

Oudere kinderen en tieners kunnen natuurlijk zelf ook informatie geven. In een gesprek en met behulp van vragenlijsten proberen we een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen van de wijze waarop cognitief en emotioneel met het stotteren wordt omgegaan. Is er angst om te praten? Gevoelens van schaamte of frustratie, irritatie…? Bestaat de neiging stottermomenten te ontlopen of te verbergen? Wordt er minder gesproken omwille van het stotteren? Worden er situaties uit de weg gegaan…? Welke momenten lukt het wel om te durven praten? 

🡪 Beïnvloedende factoren

Stotteren kan fluctueren. Het staat altijd onder de invloed van allerlei omstandigheden. Het is belangrijk bij het onderzoek na te kijken welke de belangrijkste ‘uitlokkers’ van het stotteren zijn. Dat kunnen zaken zijn in verband met de spraak- of taalontwikkeling, emoties, vermoeidheid, tijdsdruk, gespreksomstandigheden of reacties van luisteraars. Ook persoonlijkheidsfactoren (karaktertrekken) kunnen hierin een rol spelen.

Ouders van stotterende kinderen zijn vaak al op zoek gegaan naar die ene gebeurtenis of reden die het stotteren heeft veroorzaakt. In werkelijkheid gaat het echter meestal om een combinatie van factoren. Er is bijna nooit één specifieke oorzaak. Het gaat bijna altijd om een samengaan van verschillende uitlokkers in de omgeving en in het kind dat stottert.

🡪 Invloed van de stotteren op het algemeen functioneren

Het stotteren staat niet op zichzelf. Het kan invloed hebben op het algemeen functioneren van het kind dat stottert. Het is wenselijk na te kijken of, en in welke mate, de algemene ontwikkeling (spraak, taal, spel, welbevinden…) wordt beïnvloed door het stotteren. Hoe loopt het op school? Hoe verloopt de ontwikkeling van vaardigheden als gesprekken voeren en omgaan met anderen?

Waartoe leidt een onderzoek?

Een onderzoek naar stotteren bij (jonge) kinderen kan tot verschillende besluiten leiden. 

🡪 Geen probleem

Het kind stottert niet; er is misschien sprake van zogenaamde ‘normale onvloeiendheden’. Of het kind vertoont enig beginnend stotteren, maar alles wijst er voorlopig op dat er geen reden is tot bezorgdheid. Doorgaans krijgen de ouders dan nog een aantal duidelijke raadgevingen mee en wordt er niet verder afgesproken. Natuurlijk kunnen zij bij twijfel in elk geval terug contact opnemen. Het kan ook zijn dat de logopedist-stottertherapeut een ander logopedisch probleem heeft opgemerkt en doorverwijst naar een collega-logopedist.

🡪 Twijfel

Is er toch enige twijfel, dan worden er meestal een aantal controlebeurten afgesproken. De ouders zullen dan met hun kind op gezette tijden ter controle langskomen (bv. om de twee maanden). Er kan dan worden nagekeken of er zich zeker geen probleem aan het ontwikkelen is. Soms leidt dit dan toch tot het opstarten van een behandeling.

🡪 Een duidelijk (beginnend) probleem

In een gespecialiseerde praktijk komt het voorgaande eerder zelden voor. Wanneer ouders hun kind aanmelden voor onderzoek dan blijkt het inderdaad vaak te gaan om stotteren, een beginnend probleem of een probleem dat zich al ontwikkeld heeft. Wordt dit bevestigd in het onderzoek, dan leidt dit vrijwel zeker tot het advies een therapie op te starten. Hoe vaak, hoe lang, hoe intensief… die therapie moet zijn en hoe deze wordt georganiseerd, hangt dan af van de ernst en de complexiteit van het stotterprobleem. 

Hoe verloopt een onderzoek praktisch? 

Bij het onderzoek zijn meestal twee therapeuten aanwezig. 

Peuters en kleuters komen mee binnen met de ouder(s). Terwijl het kind alvast mag spelen, praten wij uitgebreid met de ouders, mogelijk aangevuld met het invullen van enkele vragenlijsten. Vervolgens gaat één van ons spelen met het kind om zo het spreken te kunnen observeren en beoordelen. We doen dan een aantal metingen. Het kind is zich hier doorgaans niet of nauwelijks van bewust. Indien mogelijk worden er ook enkele vragen (over spreken) gesteld aan het kind. Dan worden de observaties en metingen zorgvuldig besproken met de ouders en worden deze gegevens samengelegd met de informatie die de ouders zelf al gaven. In sommige gevallen kan er beslist worden een observatieperiode in te lassen alvorens er een beslissing wordt genomen. Tenslotte krijgen de ouders uitleg en advies over de mogelijke opties. Dit gebeurt vaak in een bijkomend oudergesprek, zonder dat je kind daarbij aanwezig hoeft te zijn.

Ouders maken zich weleens zorgen dat het kind misschien niets zal willen of durven zeggen bij de eerste kennismaking. Wij hebben ervaring in het uitlokken van spraak en taal bij kinderen en weten doorgaans zeer goed om te gaan met mogelijke onwennigheid, schaamte of praatangst van jonge kinderen. Vaak kunnen wij ook al heel wat afleiden uit beperkte uitingen van een kind. En er wordt ook behoorlijk wat tijd uitgetrokken om het kind de kans te geven geleidelijk los te komen of te wennen.

Voor wat oudere kinderen (ongeveer vanaf de lagere schoolleeftijd, maar dit is geen vaste regel) loopt het onderzoek in grote lijnen gelijk aan dit bij jongere kinderen, al zijn er enkele kleine verschillen. Het kind komt mee naar het onderzoek. We praten eerst met de ouder(s), zonder dat het kind daarbij aanwezig is. Vervolgens worden de rollen omgekeerd en praten we individueel met het kind. Meestal gaat het om een losse babbel (over hobby’s, vakantie, school…), een stukje hardop lezen en een vragenlijst. Mogelijk wordt er ook al wat gepraat over zijn of haar stotteren.  De rest van het onderzoek gebeurt zoals het onderzoek jongere kinderen: samenleggen van de verkregen gegevens, uitleg en informatie, en adviezen omtrent de mogelijke verdere aanpak.

Met goedkeuring van de ouders wordt er ook een video-opname gemaakt van het spreken van het kind. Zo kunnen we nadien de stotterkenmerken nog nauwkeuriger in kaart brengen.

Lees ook

Wist je dit al over stotteren?

vette tekst in leuk, kinderlijk lettertype Hoi! Jij weet vast al heel wat over stotteren. Of misschien nog niet?  Wist…

Veelgestelde vragen over stotteren (FAQ)

Hoe komt het dat mijn kind stottert?  Kinderen die stotteren hebben een aangeboren aanleg om te stotteren. Dat betekent niet…

Wat is stotteren?

Om stotteren goed te kunnen begrijpen, geven we eerst wat uitleg over vloeiendheid. SPREEKVLOEIENDHEID Mensen die perfect vloeiend spreken bestaan…

Praktische informatie over stottertherapie

Praktische organisatie van de therapie De behandeling in onze praktijk gebeurt steeds individueel, op afspraak en bij een vaste therapeut.…

Stotteren: tarieven en terugbetaling

Tarieven Wij zijn geconventioneerde logopedisten. De tarieven (honoraria) die worden gehanteerd  zijn dus officieel vastgelegd door het RIZIV (Rijksinstituut voor…

Hoe ga je om met stotteren op school?

Kinderen brengen een groot deel van hun tijd door op school. Daar komen ze vaak in andere spreeksituaties terecht dan…